Het vrouwelijk lichaam mag er dan op gebouwd zijn om borstvoeding te geven, toch gaat het allemaal niet vanzelf. Sofie van den Enk ondervond aan den lijve het mysterie van het zogen en schreef er samen met Eva de Munnik een boek over: Waarom borstvoeding te gek is (en je je niet schuldig hoeft te voelen als het niet lukt).

Wanneer zet je nou je eigen lijf in om iemand eten te geven? Nooit toch. Al tijdens de zwangerschap veranderen je borsten in een heuse melkfabriek. “Dat is bijzonder en raar tegelijk”, zegt Sofie van den Enk, moeder van Magnus en Reina. “Na de geboorte van mijn zoon was ik meteen heel erg bezig met die verwondering van ‘wat gebeurt hier eigenlijk allemaal?’ En ondertussen moet je je die techniek eigen maken. Dus ik wilde borstvoeding geven, maar ik kende vooral de verhalen dat het moeilijk en pijnlijk was. Dat helpt niet echt natuurlijk. Daar krijg je alleen maar stress van en dan blokkeert de boel sowieso. In je kraambed voel je je toch al heel kwetsbaar.”

Sofie was gezegend met een nuchtere kraamhulp die haar vertelde dat ze ‘soms moeite had met het fanatisme, hoezeer ze ook pro-borstvoeding is’. Het zette de verslaggeefster van de KRO-NCRV aan het denken. “Ik hou van mijn borsten, en ik wil ze best even inzetten als melkmachine, maar daarna zijn ze weer van mij. Dus wat in mijn ogen écht ontbrak was no-nonsense informatie voor de ‘normale’ borstvoedende vrouw: ambitieus, sexy, grappig en nuchter. Een moeder zoals Doutzen Kroes dus.”

Van denk Enk ging op onderzoek uit en ontdekte dat het al in de oudheid niet altijd vanzelfsprekend was om je eigen kind te voeden. Vanaf 2000 voor Christus waren er al minnen. Farao’s in het oude Egypte maakten gebruik van een min om hun kinderen de borst te geven. De oude Grieken en Romeinen hadden slavinnen om voor hun kinderen te zorgen, en die gaven de kleintjes ook borstvoeding. Koningin Marie-Antoinette doorbrak de Franse koninklijke traditie door te proberen borstvoeding te geven, ook al lukte het haar niet.

Sofie: “De eerste helft van de jaren zeventig is een historisch dieptepunt; toen koos minder dan de helft van de moeders voor borstvoeding. Dat waren de moeders van de huidige generatie vrouwen die nu moeder worden. Als je in de jaren zeventig tien dagen lang borstvoeding gaf, zei je dat je borstvoeding had gegeven. Als je nu slechts tien dagen borstvoeding geeft, is de borstvoeding mislukt, vinden we. Het huidige gepreek van lactatiedeskundigen over het belang van borstvoeding lijkt echter weer op een soort propaganda van de borstvoedingsmaffia. De balans is een beetje zoek.”

Volgens de moeders die meeschreven aan het boek helpt het als er in een land een borst voedingscultuur is. “Hier wordt wel verteld dat het normaal is, maar we zijn compleet overgeleverd aan degene die aan ons bed staat”, licht Van den Enk toe. “Vroeger leerden we de eerste zorg voor een baby van onze moeders. Moeders stonden gewoon aan het kraambed. Tegenwoordig is alles geïnstitutionaliseerd. Je kraamhulp moet je alles leren. Of een zuster in het ziekenhuis. Of je hebt een cursus gedaan. Het hangt er maar net van af welke bril iemand op heeft voor de kennis en informatie die je meekrijgt. Maar ik vind dat iedere vrouw mag kiezen of en hoelang ze borstvoeding geeft. En daarom dus dat ik er een normaal boek over gemaakt heb. Zo.”